Zonder objectieve voordeelsverwachting geen ondernemer

24 augustus 2020

Of iemand ondernemer is voor de inkomstenbelasting is onder meer afhankelijk van het antwoord op de vraag of diegene een objectieve voordeelsverwachting heeft. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval niet langer sprake is. De bank heeft de financiering van de activiteiten gestopt, de gemeente heeft de omgevingsvergunning ingetrokken en het woon/bedrijfspand is in het openbaar geveild.
In 2008 heeft een belastingplichtige het plan als onderaannemer winst uit onderneming te gaan genieten. In 2008 krijgt hij de eigendom van een stuk grond en heeft hij een pand laten bouwen. De bedoeling is dat het pand voor 1/3e deel bestaat uit een kantoorruimte en voor 2/3e deel uit een woning. In 2009 is de aannemer die de ruwbouw van het pand zou uitvoeren failliet gegaan. De onderaannemer besloot daarom de ruwbouw zelf uit te gaan voeren. De onderaannemer werd in 2009 mishandeld en in 2010 is de man betrokken bij twee ongevallen. Door deze gebeurtenissen heeft de onderaannemer een burn-out gekregen. Door de economische crisis en de burn-out heeft de onderaannemer betalingsachterstanden bij de bank opgelopen, waardoor de bank de financiering van de activiteiten heeft ingetrokken. In 2010 heeft de gemeente de omgevingsvergunning voor het pand ingetrokken, omdat de onderaannemer geen bouwactiviteiten meer heeft uitgevoerd. Het woon/bedrijfspand is uiteindelijk in het openbaar geveild. In geschil bij Rechtbank Noord-Holland is of in 2014 sprake is van een bron van inkomen. Ook is de toepassing van de foutenleer in geschil. De rechtbank meent dat aan enkele voorwaarden voor kwalificatie van een bron van inkomen is voldaan. De onderaannemer nam deel aan het economische verkeer. Met die deelname had hij het oogmerk om voordeel te behalen. De derde voorwaarde is of er een objectieve voordeelsverwachting is. De rechtbank meent dat er objectief gezien, geen voordeel valt te verwachten in 2014. In 2010 is de bank al gestopt met financiering van de activiteiten van de onderaannemer, heeft de gemeente de omgevingsvergunning ingetrokken en is het pand op een openbare veiling verkocht. Als er al een bron van inkomen is geweest, is daarvan in 2014 in ieder geval geen sprake meer. De rechtbank oordeelt dat de foutenleer niet kan worden toegepast bij een onjuiste etikettering van een vermogensbestanddeel dat niet langer tot het ondernemingsvermogen behoort. Bij de aanschaf van de grond is bovendien al gekozen voor privévermogen. Alleen door bijzondere omstandigheden is heretikettering mogelijk, maar na die keuze zijn die bijzondere omstandigheden er niet geweest. De kosten van € 194.000 zijn niet aftrekbaar. Bron: Rb. Noord-Holland 11-08-2020

Terug naar overzicht