Tijdelijke verhuur tuinhuis belast in box 1

21 september 2020

Ook de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning of een aanhorigheid bij de eigen woning is belast in box 1. Hiervoor geldt hetzelfde als voor tijdelijke verhuur van de gehele woning.
Een echtpaar heeft een woning, die voor hen hoofdverblijf is. Bij deze woning behoort een tot tuinhuis verbouwde schuur die sinds 2015 wordt verhuurd. Zij hebben de verhuuropbrengsten niet in hun aangifte inkomstenbelasting aangegeven. Bij de Hoge Raad is het de vraag of de inkomsten uit tijdelijke verhuur van het tuinhuis in 2015 belast zijn in box 1. De rechtbank en het hof hebben eerder geoordeeld dat de tijdelijke verhuur niet belast is in box 1. De rechtbank was van oordeel dat de huur in het geheel niet kon worden belast. Het hof vond dat huur uit het tuinhuis tot de rendementsgrondslag van box 3 behoorde. De Hoge Raad leidt uit de wetsgeschiedenis af dat de wetgever niet wilde dat door tijdelijke verhuur van een eigen woning, die woning geen hoofdverblijf meer zou zijn. Aan die bedoeling van de wetgever wordt geen recht gedaan als de tijdelijke terbeschikkingstelling van een gedeelte van de eigen woning of een aanhorigheid bij een eigen woning aan derden tot een ander gevolg zou leiden dan de tijdelijke terbeschikkingstelling van de gehele woning. Het hof heeft een verkeerd oordeel gegeven. Zijn oordeel dat het tuinhuis door tijdelijke verhuur slechts tijdelijk als hoofdverblijf aan het echtpaar ter beschikking heeft gestaan en dat de eigenwoningregeling niet van toepassing is, berust op een onjuiste rechtsopvatting volgens de Hoge Raad. De inspecteur heeft terecht 70% van de huuropbrengsten tot het inkomen uit werk en woning gerekend. Volgens de Hoge Raad kan het echtpaar geen beroep doen op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad vindt dat de inspecteur geen vertrouwen heeft gewekt en evenmin in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Bron: HR 18-09-2020

Terug naar overzicht