Ook bij crisis geen eenzijdige aanpassing arbeidsvoorwaarden

13 april 2021

Alleen als in de arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen, kan een werkgever eenzijdig de arbeidsvoorwaarden wijzigen. Ontbreekt een dergelijk beding, dan moet met iedere werknemer individueel schriftelijk overeenstemming worden bereikt.
Vanwege de coronacrisis heeft Artis, met instemming van de Ondernemingsraad, een aantal maatregelen genomen die gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden van een aantal werknemers. Deze werknemers waren tot 1 juli 2008 bij Artis in dienst als ambtenaar. Vanaf 1 juli 2008 is sprake van een privaatrechtelijk arbeidsovereenkomst. Vanaf dat moment is de cao voor het dagattractiebedrijf (hierna: Leisure cao) van toepassing. Met de vakbonden is een overgangsregeling (hierna: Overgangsreglement) overeengekomen. Er is een Personeelsgids opgesteld, waarvoor de werknemers voor ontvangst moesten tekenen. Eén van de genomen maatregelen betreft het vervallen van het Overgangsreglement en de Leisure cao. De werknemers verzoeken de kantonrechter om Artis te veroordelen tot het handhaven van de arbeidsvoorwaarden uit het Overgangsreglement en de Leisure cao. Volgens de werknemers wijzigt Artis eenzijdig de arbeidsvoorwaarden terwijl een geldig eenzijdig wijzigingsbeding ontbreekt. Volgens Kantonrechter Amsterdam is geen rechtsgeldig wijzigingsbeding met de werknemers overeengekomen. Een werknemer moet immers schriftelijk akkoord gaan met een dergelijk beding en dat is hier niet gebeurd, nu werknemers slechts ‘voor ontvangst’ van de Personeelsgids hebben getekend. Dat laatste zou voldoende zijn als het om wijziging van arbeidsvoorwaarden uit die Personeelsgids gaat, maar daarvan is geen sprake. Voor zover Artis met de invoering van de Personeelsgids de mogelijkheid wilde krijgen de op dat moment al bestaande arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen, had zij dat expliciet en schriftelijk met werknemers overeen moeten komen. Dit is echter niet gebeurt. Om te bepalen of Artis de gewenste wijzigingen mag doorvoeren, moet op grond van jurisprudentie onder andere de volgende vraag worden beantwoord: heeft Artis, als goed werkgever, in gewijzigde omstandigheden aanleiding kunnen vinden tot het doen van haar voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden? Hoewel deze vraag volgens de kantonrechter bevestigend kan worden beantwoord, is het gedane voorstel niet redelijk. Er is sprake van een definitieve wijziging van primaire arbeidsvoorwaarden, terwijl het gaat om een tijdelijke crisis. Weliswaar zal die crisis nog langere tijd in de financiën van Artis doorwerken, maar dat rechtvaardigt nog geen definitieve wijziging. Artis heeft onvoldoende toegelicht waarom bijvoorbeeld een tijdelijk offer niet is voorgesteld of besproken. Daarbij komt dat het voorstel alleen geldt voor werknemers die al voor 2008 in dienst waren en niet voor collega’s die daarna in dienst zijn getreden. Volgens de kantonrechter is de door Artis opgelegde eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden niet gerechtvaardigd. De werknemers worden in het gelijk gesteld. Bron: Rb. Amsterdam 02-04-2021

Terug naar overzicht