Hoog btw-tarief op entree voor optreden dj’s

13 april 2021

De exploitant van een uitgaansgelegenheid heeft volgens Rechtbank Gelderland niet aannemelijk gemaakt dat op entreegelden voor optredens van dj’s het verlaagde tarief omzetbelasting van toepassing is. Niet is aangetoond dat de bezoekers voor een bepaalde dj kwamen en evenmin is aangetoond dat de optredens van de dj’s overeenkomen met een danceparty.
Een ondernemer exploiteert een uitgaansgelegenheid. Voor een avondje uit betalen bezoekers entreegeld aan de deur. De entreeprijzen variëren, gemiddeld bedraagt de toegangsprijs tussen de € 5 en € 7. Bij speciale gelegenheden, zoals de Vierdaagse, is een hogere prijs verschuldigd. Op zaterdagen en tijdens de bijzondere dagen biedt de uitgaansgelegenheid een programma met optredens met dj’s aan. De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. Bij Rechtbank Gelderland is de naheffingsaanslag, meer in het bijzonder de toepassing van het hoge tarief omzetbelasting in geschil. De ondernemer is van mening dat het lage tarief van toepassing is. De ondernemer heeft verklaard dat gemiddeld acht tot tien dj’s per avond optreden. De rechtbank is echter van oordeel dat de verklaring van de ondernemer niet overeenkomt met de verstrekte overzichten. Daarin staat dat gemiddeld drie tot vier dj’s per avond optreden. Ook is niet aangetoond dat het publiek speciaal voor een bepaalde dj komt of dat de dj’s eigen publiek meebrengen. Mensen komen voor een gezellig avondje uit. De ondernemer heeft evenmin de aanwezigheid van dansers, video- en lichtkunstenaars aangetoond. Ondanks dat muziek is uitgevoerd door dj’s, is daarom niet duidelijk of hetgeen is aangeboden lijkt op een danceparty. Bezoekers van de uitgaansgelegenheid krijgen door betaling van de entree geen garantie dat ze een bepaalde dj kunnen zien optreden. De rechtbank is van mening dat op grond van het voorgaande het normale tarief omzetbelasting op het verlenen van de toegang tot de optredens van de dj’s van toepassing is. Wel krijgt de ondernemer een immateriële schadevergoeding omdat de procedure in totaal meer dan twee jaar en zestien maanden heeft geduurd. Bron: Rb. Gelderland 19-03-2021

Terug naar overzicht