Beroep actrice op gelijkheidsbeginsel slaagt niet

03 mei 2021

Een belastingplichtige die zich beroept op het gelijkheidsbeginsel moet dan aantonen dat de Belastingdienst een bepaald beleid voert met het oogmerk van begunstiging. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt ook als de Belastingdienst in een meerderheid van met belastingplichtige vergelijkbare gevallen wel de gevraagde faciliteiten toepast.
Een actrice heeft in een jaar loon van een stichting genoten en een uitkering van het UWV. De actrice heeft deze inkomsten als winst uit onderneming aangegeven. De inspecteur deelt het standpunt van de actrice niet en heeft de aangifte gecorrigeerd. Bij Hof Amsterdam is het de vraag of door toepassing van het gelijkheidsbeginsel het inkomen van de actrice winst uit onderneming is en dus de zelfstandigenaftrek van toepassing is. De actrice is van mening dat haar inkomsten winst uit onderneming vormen. De actrice heeft echter volgens het hof niets aangevoerd waaruit blijkt dat medewerkers van de Belastingdienst hebben gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Uit geen van de gevallen waarin een dienstbetrekking aannemelijk is gemaakt blijkt dat de daaruit voortvloeiende inkomsten, in strijd met het recht, als winst uit onderneming zijn aangemerkt. Van gevoerd beleid met het oogmerk van begunstiging is ook al niet gebleken. Ook niet dat in een meerderheid van de met de actrice vergelijkbare gevallen de looninkomsten wel winst uit onderneming zijn. De actrice noemt een aantal andere acteurs, waarmee zij zich vergelijkt. Het hof vindt echter dat die vergelijking niet op gaat. De door de actrice genoemde andere acteurs hebben namelijk looninkomsten van meerdere opdrachtgevers. Zij ontvangen bovendien niet hoofdzakelijk hun inkomen van de stichting. Zij zijn daarom niet vergelijkbaar met de actrice. Bron: Hof Amsterdam 08-09-2020

Terug naar overzicht