A-G: dwangsomregeling ook bij verzoek ambtshalve vermindering recht op dwangsom

14 juli 2022


Advocaat-generaal IJzerman stelt zelf in het belang der wet een vordering tot cassatie in. Volgens hem is de dwangsomregeling bij niet-tijdig beslissen ook van toepassing bij een verzoek om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen.

De procedure is als volgt begonnen. Een mede-eigenaar van een pand dient op 15 oktober 2019 een verzoek in om ambtshalve vermindering van de gemeentelijke heffingen. De mede-eigenaar stelt op 16 december 2019 de gemeente in gebreke omdat zij nog geen beslissing heeft genomen. Op 2 februari 2020 en 12 maart 2020 paste de gemeente de ambtshalve verminderingen toe. De mede-eigenaar vindt dat de gemeente daarnaast nog een dwangsom is verschuldigd. Zij heeft immers te laat beslist op het verzoek op ambtshalve vermindering. De gemeente en de Kantonrechter van Rechtbank Limburg stellen echter dat de dwangsomregeling niet geldt bij een verzoek om ambtshalve vermindering. De mede-eigenaar is vervolgens niet tijdig in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank.

De Advocaat-generaal (A-G) acht echter in het belang van de wet dat de Hoge Raad zich in deze kwestie uitspreekt. Dus stelt hij zelf een vordering tot cassatie in. Voor het vormen van zijn conclusie kijkt de A-G naar de wettekst, de wetsgeschiedenis en de bedoeling van de dwangsomregeling. Hij merkt op dat deze regeling een effectief instrument moet vormen tegen trage besluitvorming. Dit probleem kan ook aan de orde zijn als iemand verzoekt om een ambtshalve vermindering van belastingaanslagen. De A-G concludeert daarom dat de dwangsomregeling ook geldt bij een verzoek om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen. Zijn advies aan de Hoge Raad is dan ook om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. Deze vernietiging mag overigens geen nadeel brengen aan de rechten die de partijen al hebben verkregen.

Bron: Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2022 (gepubliceerd 12 juli 2022)

Terug naar overzicht