Tweede navordering vernietigt dankzij pleitbaar standpunt

21 april 2020

Wanneer een belastingplichtige een pleitbaar standpunt inneemt, handelt hij niet te kwader trouw. Bovendien kan een pleitbaar standpunt erop wijzen dat een fout van de fiscus niet kenbaar was voor de belastingplichtige.
Een man verricht samen met zijn bv diverse transacties met vastgoed. De man meent dat zijn vastgoed in box 3 valt. Naar aanleiding van een boekenonderzoek vanaf 30 juni 2009 constateert de fiscus dat de transactieopbrengsten voor de man box 1-inkomen vormen. Daarnaast geeft de man aan het einde van 2009 vrijwillig aan nog buitenlands vermogen te hebben. Toch houdt de fiscus bij het opleggen van de primitieve aanslag IB/PVV van de man geen rekening met het boekenonderzoek en de vrijwillige verbetering. Dat komt doordat de controlerend ambtenaar is vergeten de automatische afdoening van de aangifte IB/PVV te blokkeren. Bij het opleggen van een navorderingaanslag houdt de inspecteur wel rekening met de verbetering. Maar pas in de tweede navorderingsaanslag neemt hij ook de resultaten van het boekenonderzoek mee. De man gaat in beroep tegen de tweede naheffingsaanslag. De zaak belandt uiteindelijk bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Volgens het hof heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan terwijl het boekenonderzoek nog liep. Hij heeft immers de automatische afdoening van de aangifte niet geblokkeerd. Daardoor beschikt de Belastingdienst niet over een nieuw feit. Bovendien meent het hof dat evenmin sprake is van kwade trouw bij de man. In voorafgaande procedures is namelijk al gebleken dat het standpunt van de man onjuist, maar onder de omstandigheden wel pleitbaar is. Zonder de aanwezigheid van een nieuw feit of kwade trouw van de man is navordering nog steeds mogelijk als sprake is van een kenbare fout. Maar ook daarbij staat het pleitbare standpunt van de man in de weg. De man kon daardoor immers niet in één oogopslag zien dat de eerste navorderingsaanslag te laag was. Nu evenmin sprake is van een kenbare fout, oordeelt het hof dat de Belastingdienst de tweede navorderingsaanslag niet mocht opleggen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 07-04-2020

Terug naar overzicht