Een jaar nadat Rutte aankondigde flink het hakmes te zetten in de subsidies voor ondernemers, zijn de eerste effecten van het nieuw Haagse subsidiebeleid merkbaar. Met name kleinere MKB-ondernemingen moeten in de nieuwe koers van meer fiscale regelingen en minder subsidies op de blaren zitten. De meeste MKB’ers zijn voor het uitvoeren van risicovolle projecten afhankelijk van subsidie en haken nu af. En dit gaat, op de korte termijn, ten koste van het innovatieve vermogen van het Nederlandse MKB, aldus Sprout-expert Rolf Grouve. Maar op de lange termijn zouden de bezuinigingsmaatregelen juist wel eens een positief effect kunnen hebben.
Tot nu toe heeft het schrappen van ondernemerssubsidies om uiteindelijk de economie te stimuleren op MKB-niveau vooral een averechts effect gehad. Want voor de grotere bedrijven, die toch al gemakkelijker een financieel risico kunnen nemen bij het innoveren, zijn er vandaag de dag meer subsidiemogelijkheden dan voor het MKB. Dat komt voornamelijk door de grote Europese programma’s waarvan zij gebruik kunnen maken. Bovendien profiteren de ‘grote jongens’ meer van de fiscale regelingen waar de overheid zo op inzet.
Het korten op de WBSO-percentages en het wegstrepen van allerlei MKB-regelingen, treft vooral die ondernemer die minder ruimte heeft voor het nemen van financieel risico bij het innoveren en die moet schuiven in de begroting om één of twee werknemers vrij te maken voor R&D-werkzaamheden. Deze categorie ondernemers, en dat is in crisistijd een flinke groep, is zonder voldoende overheidssteun meestal genoodzaakt om hun innovatieve activiteiten te staken. En dit gaat op de korte termijn ten koste van het innovatieve vermogen van het MKB.
Creativiteit
Hoe het effect op de langere termijn zal zijn, is de vraag, maar het zou wel eens gunstig kunnen zijn. Juist omdat de beschikbare externe financiële bijdragen sterk zijn verminderd, wordt de ondernemer meer dan ooit gedwongen scherp naar zijn eigen organisatie te kijken. Het komt nu aan op ondernemerschap en creativiteit om toch dat innovatieve project mogelijk te maken. Ondernemers moeten nu proberen het innovatieve vermogen en de financiële ruimte daarvoor uit de eigen organisatie te halen. En daar is op zich niets mis mee. Wanneer een bedrijf het zonder subsidie kan redden, is dat altijd beter dan mét externe steun.
Misschien is het sommige MKB’ers de laatste jaren ook wel wat te gemakkelijk gemaakt en is het tijd dat ze eens kritisch naar zichzelf kijken. Een soort wake-up call om beter te gaan ondernemen.
Lange termijn
Wanneer het MKB in staat is zelf met creatieve oplossingen en efficiëntere werkwijzen te komen om zo toch te kunnen blijven innoveren, heeft het bedrijfsleven een enorme stap in de goede richting gezet. Een kwaliteitsslag die het innovatieve vermogen van het Nederlandse MKB op de lange termijn alleen maar goed zal doen. En dan is het een goede beslissing geweest van de overheid om even gas terug te nemen op subsidiegebied.
Het schrikbeeld van MKB’ers dat álle subsidiepotjes op den duur gaan verdwijnen, is niet reëel. Er zullen altijd subsidies blijven bestaan. Alleen minder en soberder. Ze zullen puur dienen ter ondersteuning en dat is eigenlijk ook hoe subsidie zou moeten worden toegepast. Het is een middel om doelen mogelijk te maken, maar het is geen doel op zich.
Innovatieve parels
Het is echter wel belangrijk dat de overheid zich realiseert dat zich juist onder die kleinere ondernemingen ook innovatieve parels bevinden. Kleine creatieve bolwerken die met de beste wil niet zonder subsidie kunnen, maar die absoluut wel de kans moeten krijgen hun innovatieve dromen waar te maken. Ondernemers die onderscheidend zijn, maar die niet meer uit hun eigen organisatie kunnen halen omdat deze simpelweg te smal is en teveel is gericht op één ontwikkeling. Maar wanneer die ontwikkeling dermate innovatief en uniek is dat het iets toevoegt aan de economie, moet er altijd subsidie voor worden vrijgemaakt.
Bron: SRA-Nieuwsbrief